Ondanks alle tegenslagen wilde ik het motorseizoen afsluiten met nog een derde motortreffen, samen met mijn goede vriend Micky.

We besloten naar Badlands te gaan, een nieuw meerdaags motorevenement in de Limburgse metropool Lottum.

Fantastisch weer, goed gezelschap en verdiende versnaperingen. :)

Mooie locatie en ook hier weer een erg seventies atmosfeer, erg Harley- en Chevy-minded. M’n V8 zal op elk treffen een buitenbeentje blijven, net als de CBX, maar … daar kan ik mee leven.

En af en toe moest deze weer bepoteld worden; een vertrouwd gezicht. ;)

Markante types leren kennen, zoals Harry.

Struinen tussen de motoren. Ook low-cost projectjes die gewoon lekker smoelen.

De Harley- en Chevy-scene gaan prima samen. Naast dit soort prachtige pick-ups waren er ook veel ‘vans’, busjes.

En op een zichzelf respecterend treffen is er altijd live muziek. Hier trad Dikke Dennis op, buitencategorie podiumbeest. Bepaald geen geniaal zanger maar een brok aanstekelijke energie.

Fatshaming is niet aan hem besteed, helemaal goed. Maar gelukkig stond er wel iemand voor toen hij ging ‘flashen’.

De muziek en de sfeer waren top, veel afwisselende genres.

Niemand zat ’s avonds met z’n tengels aan andermans motor, daar zorgde ook de security wel voor.

Af en toe werd er een auto in de rook gezet, om de feestvreugde te verhogen.

Aan het eind van de avond: techno, altijd een prima uitsmijter.

Ja, echt een goed feestje. Ik heb m’n kaartje voor volgend jaar al binnen.

Heen- en terugreis verliepen helemaal probleemloos: van instabiliteit was geen sprake meer, band en wiel deden hun ding.

Puntje van aandacht: de hitte bij de benen, daar moet wat mee.

Stukje context: andere V8-motoren zijn nagenoeg allemaal choppers: schuine balhoofdhoek, en de berijder zit rechtop, net als op een paard. En het belangrijkst: de rijder zit áchter het motorblok, en daarmee achter de uitlaten.

Niet die van mij: extreem steile balhoofdhoek, zitpositie als op een racer, niet áchter maar óver de motor, en dus de benen/kuiten vlak bij de uitlaten.

In real life: deze positie.

Ik heb getracht de hitte van de uitlaten zo goed mogelijk af te schermen: de zwarte keramische coating houdt hitte binnen, daarover zit uitlaatband gedraaid, en daarover keramisch gecoate hitteschildjes …

… die aan de binnenkant zijn voorzien van een hitte-reflecterend goudlaagje. Zou toch genoeg moeten zijn, meende ik. Hoopte ik. 

Maar ja…

Met voldoende rijwind is het best te doen; in een file, bij stoplichten of in stadsverkeer is de stralingshitte nauwelijks te harden.

(zo heet als op deze foto wordt het overigens alleen op de testbank)

Tijdens mijn onderzoek in de categorie ‘Brandwerende Materialen’ vond ik aluminium-gecoat Kevlar-doek.

Ik sneed twee lapjes uit, naaide er elastieken aan en testte ze uit. En dat viel niet tegen. Om precies te zijn: het zag er niet uit maar het viel niet tegen.

Ik bezocht mijn favoriete naaiatelier, ‘Super’ in Nijmegen. Ik ken de eigenaar al vele jaren: hij heeft onder andere mijn CBX-handschoenen voorzien van magneetjes, echt een vakman. Traditiegetrouw antwoordde hij op mijn vraag: ‘Nee nee kan niet kan niet’ …

… om vervolgens traditiegetrouw weer prima werk te leveren: een beschermende bies rondom en drukknopen op zowel motorbroek als Kevlar.

Nog steeds geen gezicht maar wel praktischer. Want juist omdát het zo los zit, kan de koelwind er goed langs. Maar ja: dus geen gezicht.

Ik besloot de Kevlar te helpen, op een nogal ingrijpende wijze: actieve koeling.

Hier mijn eerste schets: siliconenslangen op de kevlar, een pomp die koelvloeistof rondpompt, een radiator met ventilator op de rugzak en een Arduino microcontroller die het geheel aanstuurt. Nogal ambitieus maar hé: waarom de lat laag leggen? ;)

De wat meer uitgewerkte tekening, met OLED-schermpje om data realtime te tonen, met een spanning convertor en met een temperatuursensor.

Van papier naar digitaal, versie 1.

En vele versies later, nu met zekeringen, weerstanden, condensatoren en mosfets.

Ik besloot twee Arduino Nano’s in te zetten, voor de benodigde rekenkracht en om de systemen gescheiden te kunnen testen. Aan de rechterkant zie je een SD-module: met deze kan ik dataloggen, oftewel alle meetgegevens tijdens de ritten laten opslaan op een micro SD-kaartje. Ook zie je een zogenaamde ‘flow sensor’: deze sluit de pomp af zodra er een kink in een siliconenslang komt, dus zodra er geen flow meer gemeten wordt.

Credits voor ChatGPT: zonder diens bijdrage in de zoektocht naar de juiste hardware en programmeercode was ik niet zo snel zo ver gekomen. Ik vind het ook oprecht leuk om met dit programma te sparren, soms urenlang.

Waarbij gezegd moet worden dat ik me vaak ook doodgeërgerd heb aan de hallucinaties van Chat, de crap die hij (het?) als waarheid probeert de verkopen. Maar zo blijft als mens ‘in charge’ om kaf van koren te onderscheiden, ook niet verkeerd.

Heb ook veel gelachen: de geschematiseerde ontwerpen van Chat zijn hilarisch beroerd, ondanks het enthousiasme waarbij hij/het belooft ‘dat deze toch écht correct is’. A.I. is echt nog niet uitontwikkeld.

En dan ga je over tot aanschaf. Deze hardware komt allemaal uit de wereld van de zogenaamde ‘case modding’, nerds die de koeling van hun zwaargetunede computers willen verbeteren.

Slangen, sensoren.

Een prachtig pompje. In een later stadium bleek deze niet krachtig genoeg te zijn. Maar een prachtig pompje. ;)

Een 120mm-ventilator met daarachter een evengrote radiator.

Siliconenslang in een slakkenhuis-proefopstelling, vergelijkbaar met de vloerverwarming in je huis.

Digitaal uitgewerkt en voorzien van een gaatjespatroon voor de bevestiging van de slangen.

Tijdelijke bevestiging met tiewraps.

Met de naaimachine rondom een provisorisch biesje aangebracht.

Ik vond de diameter van de pompaansluitingen te klein, dit zou de flow negatief kunnen beïnvloeden.

Dus ik boorde ze op …

… voorzag ze van schroefdraad …

… en draaide RVS busjes met schroefdraad die daar weer inpasten. Busjes met een grotere doorlaat, want daarom was het toe doen.

En dat dan meerdere keren.

De temperatuursensor ligt in een ideale wereld ín de vloeistofstroom. Dus ik tekende een sensorhouder …

… nam een fikse RVS-bout …

… en draaide deze af.

Binnendraad en buitendraad gesneden en getapt, en daar de temperatuursensor in geplaatst.

Arduino Nano, veel compacter dan de meer gangbare Arduino Uno, en dus beter geschikt. Daar dan wel twee van.

Een foto van de proefopstelling, met een accu en de sterkere pomp.

De testopstelling was een wirwar van hardware en draadjes. Een goed schema en juiste codering helpt je het overzicht te behouden.

In deze foto de focus op het OLED-schermpje met daarop de gegevens van de temperatuursensor, de flow, en de status van pomp en fan.

Nu ook met de accustatus en de resttijd van het systeem. En ‘LOG’, als aanduiding van actieve datalogging.

De 3d-printer hielp mee om een tastbare indicatie te krijgen van hardware die nog niet geleverd was.

Ik besloot om in plaats van één temperatuursensor op te schalen naar drie sensoren: eentje op elke kuit (indicatoren wanneer het systeem in- en uitgeschakeld moet worden) en eentje ná de radiator (om te weten hoe sterk radiator en fan de vloeistof koelen).

Ik bouwde een testopstelling om de temperatuursensoren zuiver te kunnen kalibreren: een kartonnen doos met onderin een elektrisch kookplaatje …

… daarop metalen blokjes, als afstandhouders …

… daarop een aluminium plaat met 3cm ruimte rondom zodat het volume in de doos gelijkmatig verwarmd wordt.

Op de plaat, op een ophoging van hittebestendige aluminiumtape, drie sensoren bevestigd met hittegeleidende lijm waarvan de middelste de referentie is: een reeds gekalibreerde sensor.

De bedrading van de sensoren afgeschermd tegen de hitte.

‘Ventilatiestiften’ op de hoeken, perspex deksel erop …

… en meten maar! ‘Temp Top’ bevindt zich buiten de doos, ‘Temp Left’ en ‘Temp Right’ komen later op de kuiten. De digitale display geeft de waarde aan van de gekalibreerde sensor. De afwijkingen zou ik later in de Arduino-software compenseren.

Toch weer even credits voor A.I.: ChatGPT raadde me Python aan om de datalogging mee te visualiseren, en ‘samen’ ontwikkelden ‘we’ een script. Je ziet de metingen van de drie temperatuursensoren, de status van de accu en de in- en uitschakelmomenten van pomp en fan.

De afwijkingen van beide sensoren bleken gelukkig niet groot te zijn en dus eenvoudig uit te vlakken.

Bij het kookpunt liepen de waarden wat verder uiteen maar ik streef met mijn koelsysteem toch echt ruim onder deze temperatuur te blijven: 45 graden is goed te verdragen, daarboven wordt het na verloop van tijd aua. ;)

Om een goed zicht te hebben op de hele temperatuur-range, mat ik ook in een bakje met ijsblokjes …

… en deze (overigens ook minder gewenste) temperatuur week niet veel af.

Tot slot over dit item: zo ongeveer gaat het er uit zien. Alleen dan de koeling en de slangen ónder de motorbroek, en de accu, elektronica en pomp ín de rugzak.

Wordt vervolgd. :)

Het bezoek aan Badlands was mijn beoogde eind van het motorseizoen, tot bleek de weergoden ons begin november nog heel goed gezind waren. Ik was weer gevraagd te jureren bij de BigTwin Bikeshow, die ik twee jaar geleden gewonnen heb. En hoe beter dan daar met de ‘Best of Show 2023’ te verschijnen? Al was het alleen al omdat velen toen niet geloofden dat deze motor überhaupt rijdbaar was. ;)

De vroege rit naar Houten verliep goed: begin november was het lekker fris en dat vonden zowel motorblok als kuiten erg prettig.

Jureren is geen eenvoudige klus als je deze serieus neemt. Leuk om hierover te sparren met mede-jurylid Goos Bos.

Chef de mission van de show Onno Wieringa leidde het overleg en de discussies tussen de juryleden in goede banen. Geen zware baan want er was veel overeenstemming.

Bizarre bikes gezien, zoals deze KTM (!) van Manuel Del Campo Escotet, die helemaal terecht Best Paint won, en daarnaast Public Choice. Hij werkte jarenlang aan de zeer gedetailleerde versie van Het Laatste Oordeel, het beroemde schilderij van Jheronimus Bosch. Wat dit op een motorfiets moet, ik weet het niet maar die verwarring fascineerde me totaal. Prettig.

Mijn absolute favoriet was deze prachtig verbouwde Nimbus van Don Cronin uit Ierland. De lijnen kloppen helemaal, en verder ook elk detail, wat een verfijning. Deze motor werd dan ook terecht Best of Show.

Op de terugweg belandde ik middenin de vrijdagavondspits. De navigator stuurde me van hot naar her, van de ene sluiproute naar het andere geitenpad. In hartje Arnhem, langs de Rijn, hoorde ik plotseling een knap en voelde ik hete olie in mijn helm spuiten. Direct de motor naar de kant van de weg gestuurd en daarbij gelukkig geen andere weggebruikers gehinderd.

De oorzaak was direct duidelijk: een olieslang was van de koeler afgesprongen en de vier bar oliedruk veroorzaakte een vernevelde fontein over de hele motor en over mij.

Vreemd genoeg deed het me niet zo veel: ik vond dat ik mazzel had gehad. Want niemand was gewond, de oorzaak snel gevonden, dit was vroeger of later toch gebeurd (had ook zomaar de heenreis kunnen zijn, of in het buitenland, of op de linkerbaan van een snelweg), en het was lekker weer. De ANWB was er binnen anderhalf uur.

Ik wist natuurlijk al meteen dat dit niet ter plekke gerepareerd kon worden, en had dat ook aangegeven bij de ANWB. Maar ja: procedures he?

De ANWB’er was een leuke vent en, net als ik, een petrolhead. Dat zijn ze meestal, anders heb je deze baan niet. Hij belde de afsleepdienst en maakte de weg (en mij) een beetje olie-vrij.

Toch spannend, zo’n afsleepdienst: doen ze het wel zoals ík dat wil? Want ik ben nogal stellig, zeg maar. Gelukkig verliep het transport soepel en professioneel.

Bij daglicht zag de motor er nog ellendiger uit dan ’s avonds, het leek wel een Turkse olieworstelaar.

Dat zou een fikse klus worden.

In één dag kreeg ik het niet voor elkaar maar dat was niet erg: het V8-motorseizoen was nu toch wel écht tot z’n einde gekomen. ;) 

Even een tijdje geen V8 meer. Hoewel: ik startte met het bouwen van een nieuw nestje voor de motor, naast m’n garage.

De Hayabusa bleek een prima transportmiddel voor PVC-buizen. Alleen niet te dicht langs voetgangers rijden. ;)

Negen bij vier meter twintig, een fikse jongen. Goed geïsoleerd uiteraard.

En toen trad de winter in. Even TLC voor de Hayabusa (bijna 90K op de teller) en voor de CBX (wielen en camerasysteem). In de lente verder met beide projecten als de temperatuur weer stijgt.

Het was weer een enerverend jaar! :)

Index